MARSELAER: Winterpoel – Scheysselbergh (Malderen - Lippelo)

Javascript is required to view this map.

1= Winterpoel     2= Scheysselsbergh     3= Speelbos

Marselaer behoort landschappelijk tot het boscomplex in het noorden van Malderen dat beheerst wordt door drie kasteeldomeinen: Winterpoel (met het Gravenkasteel en het rond 1830 afgebroken kasteel van Marselaer), Hof-te-Melis en het Groenhof. Aansluitend bevindt zich het meer dan 30 ha grote domein van de waterwinning Koevoet, eigendom van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW). Het gebied ligt in de overgangszone tussen de Vlaamse Zandstreek en de Brabantse Leemstreek. Het natuurreservaat Marselaer (40,6817 ha in eigendom van Natuurpunt) kan opgedeeld worden in twee gebieden: Winterpoel (+ speelbos) en Scheysselbergh. Erkend als natuurreservaat bij M.B. van 31.07.2002 (6,2370 ha), 18.03.2004 (1ste uitbreiding 5,0902 ha) en 18.12.2006 (2de uitbreding 27,5912 ha), in totaal erkend voor 38,9184 ha. Enkele voor landbouwdoeleinden verpachte percelen werden niet erkend.

 
Winterpoel (34,9545 ha)

Winterpoel is gelegen ten noorden van ’t Zwaantje rond het hof Winterpoel en wordt begrensd door de Grote Molenbeek, het Gravenkasteel, de Sint-Jansstraat en de Marselaerdreef. De bodem varieert van natte klei of zandleem in het westen (Molenbeek) tot drogere lemig-zandgronden in het oosten. Het gebied bestaat grotendeels uit loofbos en in mindere mate uit aanplantingen van den. In het valleigebied van de Grote Molenbeek - die ter hoogte van het reservaat enkele grillige meanders heeft - noteren we vooral alluviaal essenbos met inplant van populier, ruigten, vochtige graslanden en sloten. In regenrijke perioden in de winter kunnen verschillende percelen onder water staan. De iets hoger gelegen delen van Winterpoel zijn meer parkachtig, type zuur eikenbos met beuk en gewone esdoorn. De plantengroei van het essenbos wordt gekenmerkt door een interessante voorjaarsflora met o.a. bosanemoon, slanke sleutelbloem en muskuskruid. In enkele sloten groeit waterviolier. Nog enkele soorten: reuzenpaardestaart, adderwortel, dotterbloem, egelboterbloem, blauw glidkruid, moesdistel, echte koekoeksbloem, grote ratelaar, tormentil, grote keverorchis, brede orchis, lelietje-van-dalen, dalkruid, dubbelloof en klein vogelpootje. In aansluiting met het Gravenkasteel komt stinzeflora voor met o.a. sneeuwklokje, wilde narcis en hyacint. Door de verschillende biotopen en het boskarakter zijn vele - ook zeldzame - paddenstoelen aanwezig, o.a. goudgele bundelzwam, zadelkluifzwam, gewoon varkensoor, potloodrussula, behaarde roodsteeltaailing, bleke stippelsteelsatijnzwam (in 2011 1ste waarneming voor Vlaanderen), gele ringboleet, dennenvoetzwam, gestreept nestzwammetje, rupsendoder en gewoon sneeuwzwammetje. Verschillende zeldzame mossen werden geïnventariseerd, zoals bonte haarmuts, ruige haarmuts, slanke haarmuts, dwergwratjesmos, recht palmpjesmos, boommos, struikmos, gewoon pelsmos, eekhoorntjesmos, klein kringmos, blauw boomvorkje en getand iepenmos (in 2009 1ste waarneming voor België). Enkele vogelsoorten: buizerd, sperwer, torenvalk, havik, bosuil, ransuil, ijsvogel, zwarte specht, middelste bonte specht, kleine bonte specht, bonte vliegenvanger, boomklever, nachtegaal, wielewaal, houtsnip en kuifmees. Bij de zoogdieren vermelden we de aanwezigheid van reeën, steenmarter, bunzing en vleermuizen. Deze laatste overwinteren o.a. in een soort grot - van los op elkaar gestapelde blokken zandsteen in koepelvorm - die speciaal voor hen werd ingericht (o.a. voor de zeldzame franjestaart).

Klik in het menu op 'Speelbos' voor meer informatie.

Scheysselbergh (5,7272 ha) 

Scheysselbergh ligt aansluitend ten zuiden van Winterpoel tussen de Marselaerdreef en de Koevoetbeek. De iets hoger gelegen (lemig-)zandrug bestaat voor een groot deel uit aanplantingen van corsicaanse den en in mindere mate grove den met weinig ondergroei. In de kruidlaag is veel brede stekelvaren aanwezig. Het naaldhoutbestand fungeert in de winter als roestplaats voor ransuilen. Typisch is de aanwezigheid van vogels als goudhaantje, zwarte mees, kuifmees en ’s winters soms groepjes kruisbekken (tijdens invasiejaren). Ook de (rosse) eekhoorn voelt zich hier opperbest. Het dennenbos wordt in het zuidoosten begrensd door een zuur eiken-beukenbestandje met o.a. zomereik, beuk, gewone esdoorn, tamme kastanje en ruwe berk. Enkele paddenstoelen gebonden aan naaldhout: koningsmantel, valse hanenkam, dennenvlamhoed, dennenslijmkop en dennenzwavelkop. Eind 2009 werden een 700 dennen gekapt. De dennenstronken op de kapvlakte werden in mei 2012 weggefreesd en de voedselrijke bovenlaag werd afgeschraapt om optimale condities te creëren voor de ontwikkeling van heischrale vegetaties en/of struisgrasvegetaties. Op een aansluitend - eerder gekapt en afgeschraapt - gedeelte onder een hoogspanningslijn noteerden we een sterke groei van schapenzuring (met o.a. kleine vuurvlinder), redelijk wat klein vogelpootje en zelfs enkele plantjes struikheide. De grijze zandbij (solitaire bij) nestelt met vele tientallen exemplaren in afzonderlijke gangen in de zandige bodem.  

De bedoeling van het beheerplan is om in het natuurreservaat Marselaer een vallei-ecosysteem te ontwikkelen waar de Molenbeek meandert temidden van overstromingsgraslanden, ruigten en beekbegeleidende bossen. In de hoger gelegen en drogere eikenbos- en naaldhoutbestanden worden open plekken voorzien waar o.a. heischrale graslanden en/of struisgraslanden tot ontwikkeling kunnen komen. In de bossen worden regelmatig dunningen uitgevoerd, wordt hakhout gekapt en worden soms exoten 'geringd' (band schors weghalen om sapstroom te onderbreken) om dood hout te creëren. Staand en liggend dood hout brengt leven in het bos! Allerlei diertjes kruipen onder de schors of in het hout, mossen, varens en paddenstoelen gebruiken het hout als substraat, sommige vogels en vleermuizen wonen in de holten en spleten van afstervende bomen,... In 2010 werd een poel uitgegraven in een vochtig stuk ruigtevegetatie. In samenwerking met leerlingen van een school werd achter de poel een struikengordel aangeplant bestaande uit streekeigen (autochtone) soorten.    

Ligging: Op de grens tussen Londerzeel (Malderen) en Sint-Amands (Lippelo).
Ongeveer 34 ha is gelegen te Malderen (Londerzeel, provincie Vlaams-Brabant) en aansluitend ca. 6,5 ha te Lippelo (Sint-Amands, provincie Antwerpen).                                                                                                                                                                                                                   Toegankelijkheid: Beperkt, een aantal percelen soms vrij nat.
Openstelling: Regelmatig begeleide wandelingen o.l.v. Natuurpunt en op aanvraag. Een beperkt aantal paden is vrij toegankelijk voor wandelaars. Een gedeelte wordt tijdens het broedseizoen (april tem. juni) afgesloten. Zie Wandelingen.
Routebeschrijving: Marselaer is gelegen ten zuiden van de Dendermondsesteenweg en ten zuidoosten van Lippelo. Parkeermogelijkheid: aan kerk van Lippelo of aan voormalige taverne Lomast, Marselaerdreef (Waterwinningsstraat) te Malderen en in beperkte mate aan het speelbos, hoek Sint-Jansstraat / Zavel te Malderen.
Schoeisel: Laarzen of stevige schoenen zijn nodig in natte periodes.
Honden: Niet toegelaten.
Giften: Vermeld PROJECTNUMMER 3991 bij elke gift voor dit natuurgebied (293-0212075-88). Vanaf € 40 wordt een fiscaal attest afgeleverd.
Conservator: Eric Daelemans 052/30 97 28 eric.daelemans@telenet.be